Binnenkort

    There are no events.

Waar staan wij voor?

De principes van het Daltononderwijs; opvoedingsstijl

Op onze school gaan we uit van de mogelijkheden die leerlingen hebben. Daarbij proberen we de eigen verantwoordelijkheid van kinderen zo optimaal mogelijk te ontwikkelen en doen we daar nadrukkelijk een beroep op. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat kinderen ervaren dat zij deel uitmaken van een grotere gemeenschap, waaraan zij deels actief deels passief een bijdrage leveren.
Kinderen moeten leren om verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf, de omgang met de ander, hun eigen leerproces, maar ook voor hun omgeving. Hierbij staan begrippen als samenwerking en zelfstandigheid centraal.

Naast de verantwoordelijkheid die kinderen krijgen moeten zij anderzijds ook verantwoording afleggen voor wat ze doen. Kinderen verantwoorden en evalueren zelf het leerproces en het leerresultaat binnen de reguliere lestijd. De leerkracht dient zorg te dragen voor het creëren van een omgeving waarin kinderen zich op deze wijze kunnen ontplooien. De leerkracht speelt daarbij in toenemende mate de rol van procesbegeleider.
Kinderen krijgen de vrijheid om binnen bepaalde grenzen hun eigen keuzes te maken. Deze vrijheid geeft zowel betrekking op de keuze mogelijkheid in een deel van de leerstof, als in de wijze waarop de leerstof verwerkt wordt.

Onze Daltonschool kenmerkt zich door:

  • een helder pedagogisch klimaat
  • een doorgaande lijn, qua werkwijze, door de hele school
  • het gebruik van dagkleuren
  • het werken met taken
  • het werken met keuzewerk
  • het werken met uitgestelde aandacht
  • samenwerking (zowel tijdens het taakwerk als daarbuiten)
  • ontwikkelingsmogelijkheden voor alle kinderen
  • realiteitsonderwijs
  • permanente ontwikkeling
  • een samenwerkend team (leren van elkaar, opvattingen delen, intervisie)
  • eisen stellen aan elkaar en verantwoording nemen/geven

Het uitgangspunt van permanente ontwikkeling betekent dat alles wat is vastgelegd, regelmatig onderwerp van bespreking is. Immer onderwijs is altijd in ontwikkeling.

Visie van De Gooise Daltonschool

De Gooise Daltonschool wil de leerlingen helpen bij hun ontwikkeling tot verantwoordelijke volwassenen in een democratische samenleving.
De Gooise Daltonschool werkt volgens de drie daltonprincipes, zoals die door de Nederlandse Daltonvereniging op basis van de ideeën van Helen Parkhurst als uitgangspunt zijn genomen: Vrijheid/verantwoordelijkheid, Zelfstandigheid en Samenwerken.

Verantwoordelijkheid

Door de kinderen vrijheid te geven, geven we de kinderen de ruimte om zelf keuzes te maken. Voor de gevolgen van zijn keuzes draagt het kind zelf de verantwoordelijkheid (reflectie).
Hierdoor voelen de leerlingen zich betrokken bij de school, de medeleerlingen en hun werk.

Zelfstandigheid

De zelfstandigheid van de leerlingen vergroten we steeds een stukje door middel van het werken met taken. Zo stimuleren we de leerlingen keuzes te maken die bij ze passen.
De taken zijn afgeleid van de kerndoelen zoals die opgesteld zijn door het ministerie van onderwijs met daarnaast individuele taken en keuzetaken.

Samenwerken

Door de leerlingen te leren samenwerken en ruimte te geven om te samenwerken, leren kinderen dat je rijker (sociaal vaardiger) wordt door te delen. Je leert kennis uitwisselen, je gedachten onder woorden brengen, luisteren naar elkaar en respect te hebben voor elkaars mening.

Wij vinden dat motivatie van binnen uit, de beste stimulans en basis is voor het leren en het leren reflecteren. Dit willen wij met ons Daltononderwijs graag bewerkstelligen bij de leerlingen. Het is een positief begin voor iedere ontluikende carrière.

De Gooise Daltonschool werkt volgens de volgende pedagogische, onderwijskundige en organisatorische visies:

Pedagogische visie

  • Er is een positieve benadering van kinderen ter versterking van het competentiegevoel en zelfvertrouwen.
  • Er wordt uitgegaan van het unieke kind en ingespeeld op de verschillen. De school is gericht op samenwerken en het leren nemen van verantwoordelijkheid en zelfstandig handelen.
  • In een veilige omgeving, samen met ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en het welbevinden van het kind.

Hieraan is gerelateerd: een open, positieve, geïnteresseerde communicatie met ouders.
Een open interne communicatie.

Onderwijskundige visie

  • Er wordt  instructie gegeven volgens het model “effectieve instructie” bij de vakken rekenen, Nederlandse taal en spelling, gevolgd door zelfstandige en/of  samenwerkende werkvormen, waardoor meer tijd onstaat voor hulp aan leerlingen.
  • Er wordt structuur geboden en duidelijkheid zowel bij cognitieve, als creatieve vakken.
  • Er is systematisch aandacht voor vorderingen, resultaten, leerdoelen en de ontwikkeling van het kind.

Gerelateerd aan de onderwijskundige visie zijn de volgende afspraken gemaakt:

Afspraken omtrent de werkhouding van de kinderen:

  • De leerkrachten van De Gooise Daltonschool stimuleren een resultaatgerichte houding van de kinderen.
  • Kinderen maken hun dag- weektaak af, daarna komt verdieping en verrijking.
  • Eerst wordt de basisstof gemaakt, daarna komen de keuzetaken.
  • De keuzetaken worden gerelateerd aan de kerndoelen.
  • De school maakt gebruik van de werkhoudingregels van het schoolreglement “afgesproken / goed gedaan”.
  • Leerkrachten zijn alert op het werkgedrag van alle kinderen in de school en spreken met de kinderen over de werkhouding.
  • De kinderen leveren altijd alle werk in en maken hun taken af.

Schoolorganisatorische visie

  • Het organiseren van regelmatige reflectie door het team op onderwijs, op praktisch didaktisch handelen o.a. d.m.v. klassenconsultatie ( reflectie aan de hand van een kijkwijzer ).
  • door een helder taakbeleid bieden we ruimte aan de persoonlijke kracht van de leerkracht.
  • aan voorwaarden voldoen om kwaliteitsonderwijs te bieden; o.a. goed klassenmanagement en zorgen voor de benodigde faciliteiten (moderne methoden, voldoende materiaal, digitale schoolborden etc, scholingskansen voor personeel).

De missie van onze school.

De kinderen van onze school kwalitatief goed onderwijs bieden in een sfeer van vertrouwen en veiligheid

Uitgangspunten

De Gooise Daltonschool wil zorg dragen voor kwalitatief goed onderwijs waarbij de volgende uitgangspunten centraal staan:

  • Mensen zijn verantwoordelijk voor zichzelf en hun omgeving.
  • Vrijheid van meningsuiting voor alle betrokkenen; verantwoordelijkheid en een kritische mondige houding voor kinderen en personeel met respect voor de ander.
  • Acceptatie van verschillen tussen mensen in hun zijn, ontwikkeling, begaafdheid, belangstelling, motivatie en culturele achtergrond.
  • Verschillen tussen mensen worden gezien als basis voor het met respect leren omgaan met elkaar.
  • Het aansluiten bij verschillen in ontwikkeling, begaafdheid, belangstelling, motivatie en culturele achtergrond door het bieden van onderwijs op maat.
  • Mensen hebben de vrijheid om eigen keuzen te maken binnen de kaders die gelden voor het op correcte wijze omgaan met elkaar, volgens de algemeen geldende regels in het sociale verkeer (normen en waarden).
  • Het ontwikkelen van zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en eigen initiatief van de leerlingen.
  • Goed samenwerken met anderen levert voor iedereen een meerwaarde op.
  • Het opvoeden van kinderen gebeurt in samenwerking met de ouders.
  • Het welbevinden van alle bij de school betrokken personen is van groot belang, iedereen heeft recht op een veilig schoolklimaat, waarin een positieve sfeer met elkaar wordt omgegaan.
  • De school streeft er naar om de kerndoelen voor het primair onderwijs te realiseren.
  • De school streeft ernaar dat kinderen uitgaande van de eigen mogelijkheden zichzelf zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen op sociaal-emotioneel, creatief en cognitief gebied.

De rol van de leerkracht

Het daltononderwijs van een school laat zich maar voor een deel vastleggen in afspraken.
Het belangrijkste is en blijft altijd de persoon van de leerkracht. Deze heeft ‘dalton tussen de oren zitten’. Dat is een bepaalde houding ten opzichte van kinderen en ten opzichte van het onderwijs.
Een houding die zich erdoor kenmerkt dat je bijvoorbeeld kinderen geen oplossingen voorkauwt, dat je ze stimuleert zelf na te denken over problemen, dat je oog hebt voor werkvormen die samenwerking bevorderen, dat je hier en daar een stapje terug wilt doen om kinderen de gelegenheid te bieden om zelf verantwoordelijkheid te dragen en ga zo maar door. De persoon van de leerkracht is het hart van het (dalton)onderwijs.

Het team

Vanuit de daltonoptiek gezien, opereert een leerkracht per definitie niet solistisch. Hij / zij functioneert in een team. Binnen dit team inspireer je en ondersteun je elkaar. In teambijeenkomsten wordt de ontwikkeling van de school vorm gegeven.
Er wordt ook bij elkaar gekeken om af te stemmen, te leren, inspiratie op te doen, de horizon te verbreden, elkaar beter te begrijpen en elkaar te ondersteunen.

Dagritme

Groep 1 en 2 : Dagritmepakket

Een hulpmiddel om de dag voor de jongste kinderen te ordenen is het dagritmepakket.
Dit pakket bestaat uit een aantal kaarten met afbeeldingen die de verschillende activiteiten voorstellen die voor de bewuste ochtend gepland staan.
Deze activiteiten worden aan het begin van de ochtend op volgorde gehangen. In de groepen 1 en 2 wordt door middel van een vlaggetje bijgehouden “waar we zijn”. Het gebruik van het dagritmepakket brengt ordening en geeft de kinderen rust.

Groep 3 t/m 8: lesrooster

In de groepen 5 t/m 8 hangen aan de muur kaarten in de kleuren van de verschillende dagen met daarop het rooster van die dag. Dit zijn overzichten, waarop de leerkracht de planning van de dag aangeeft. Hierop kan het kind bijvoorbeeld zien wanneer de rekeninstructie wordt gegeven, wanneer zijn groep aan de beurt is voor de gezamenlijke taalactiviteit of wanneer er een bijv. een spreekbeurt is, wanneer school-tv, wanneer gymnastiek, of wanneer taakwerk.

Leerinhouden

De leerstof wordt op onze school per vak aangeboden. Daarbij wordt in principe de leerlijn gevolgd die door de methode wordt aangegeven. Een belangrijk deel van de leerstof wordt in de vorm van taken aangeboden. Per leerling bestaat de mogelijkheid om de stof zowel qua tempo als qua hoeveelheid, maar ook qua niveau gedifferentieerd te verwerken. Uitgangspunt daarbij is dat alle kinderen de basisstof verwerken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor leerlingen om de basisstof in te dikken om daarna verder te kunnen werken met verrijkings- of herhalingsstof.
Op het takenblad staan:

Basis taken

Basistaken gelden voor iedereen en zijn afgeleid van de kerndoelen
voor het basisonderwijs. Rekentaken, taaltaken, wereld oriëntatie taken.

Keuzetaken

Uit de keuzetaken kunnen de leerlingen zelf kiezen wat ze graag doen,
of wat ze graag willen leren, nadat ze de basistaken af hebben.
Deze taken variëren qua vaardigheden (basis, wereldoriëntatie en
creatieve vaardigheden).

Individuele taken

Individuele taken zijn opgesteld aan de hand van de handelingsplannen
van de individuele leerlingen. Daarbij hebben de leerlingen klassendienst, leeskring en spreekbeurt.

Afkleuren

Op het takenblad plannen de kinderen vanaf groep 2 op welke dag ze een bepaalde activiteit willen gaan doen. Ze gebruiken de kleur van de dag. Als een taak af is gebruiken de kinderen weer de kleur van de dag. Alle taken die op het takenblad staan, moeten af.
Vooral als de taak meerdere dagen beslaat, geeft dit de leerkracht informatie over de leerstijl van het kind en biedt het de mogelijkheid om hem hierbij te begeleiden.
Een kind dat in het begin weinig productief is en vervolgens alles op het laatste moment moet maken, moet geleerd worden dit beter te spreiden.
Kinderen die duidelijk te snel van start gaan en daarbij veel fouten maken, moet worden geleerd dat de kwaliteit van het werk belangrijker is dan dat het snel af is.

Uitgestelde aandacht

Hiermee wordt bedoeld, dat kinderen leren dat de leerkracht soms niet meteen kan helpen en dat er eerst zelf of met hulp van anderen een oplossing moet worden gezocht. De momenten waarop de juf of meester niet kan helpen, worden met symbolen aangegeven.
In iedere groep wordt op dezelfde manier met het teken uitgestelde aandacht gewerkt.
Een rode cirkel:        Juf / meester is niet beschikbaar
Een oranje cirkel:        Juf / meester is beschikbaar voor individu/groepje
Een groene cirkel:    Juf / meester is beschikbaar
Het werken met uitgestelde aandacht is een geïntegreerd gegeven, en de leerlingen zijn gewend om op het bordje te letten, om daar naar te handelen.
Groep 3/4 werkt met blokjes voor uitgestelde aandacht.
De leerlingen kunnen zelf kenbaar maken dat:

Ze hulp nodig hebben: vraagteken
Ze hun werk willen doen zonder gestoord te worden: rood
Ze hulp kunnen bieden aan iemand die dat graag wil: groen

Verder loopt de leerkracht door de klas; de zogenaamde looproutes. Dit gebeurt tussen de instructies door om het zelfstandige werk van de kinderen te bekijken en vragen te beantwoorden .
Door het lopen van de vaste rondjes wordt filevorming aan de tafel van de leerkracht voorkomen. Bovendien kan de leerkracht op deze wijze in schatten of een tussentijdse leerstof- of procesevaluatie nodig is.

Gedifferentieerde instructie

Het rekenonderwijs is afgelopen jaar gegeven met gedifferentieerde instructie. Dit houdt in dat er een gemeenschappelijke start is waarbij alle kinderen aan de instructie meedoen. Een aantal kinderen kan na deze basisinstructie zelfstandig de verwerking maken. Kinderen die meer uitleg nodig hebben krijgen een verlengde instructie. De kinderen die meer aankunnen krijgen meer en andersoortig rekenwerk waarbij ze gestimuleerd worden om creatief met opdrachten om te gaan. De leerkracht komt na de verlengde instructie bij deze kinderen kijken om het werk te bekijken en vragen te beantwoorden.
Dit schooljaar zal ook het spellingonderwijs met gedifferentieerde instructie gegeven worden.

Nakijken en inleveren

Wij hechten grote waarde aan het zelf corrigeren door de kinderen. Dit geldt zowel voor de opdrachten die binnen de taak worden gedaan als voor opdrachten daarbuiten.
Zelfcorrectie heeft een aantal voordelen; Het kind krijgt meteen feedback op zijn werk. Hij hoeft niet te wachten tot hij het werk pas later terug krijgt van de leerkracht.
Het heeft een duidelijk leereffect, omdat het kind, als het een fout ontdekt, zich meteen zal afvragen hoe deze fout kon ontstaan. Het geeft de kinderen hierdoor een beter inzicht in wat ze kunnen en bij welke zaken ze hulp moeten vragen van de leerkracht.
Vanaf groep 1-2 is materiaal voorhanden dat zelfcorrigerend is. De leerlingen mogen een plaatje op een werkblad plakken als ze zelf vinden dat ze het goed gedaan hebben.
In de loop van groep 3 mogen de kinderen bepaalde opdrachten al zelf corrigeren. Vooral de rekenopdrachten (groene boek) lenen zich daar al snel voor. Naarmate de kinderen ouder worden is er steeds meer mogelijk.
In de hogere groepen wordt dit geleidelijk uitgebreid. Het streven is, om de kinderen zo veel als mogelijk is en zo veel als zij aankunnen, zelf te laten corrigeren. De groepsleerkracht is degene die het beste kan in schatten welk werk in zijn groep er wel en welk er niet geschikt is om door de kinderen te laten nakijken.
Hierbij gelden de volgende afspraken:
Instructiewerk wordt in principe door de leerkracht nagekeken.
Toetsen worden door de leerkracht nagekeken en geregistreerd.
De leerkracht neemt steekproeven om te kijken of het corrigeren goed is gebeurd.
Ook hier kan “op maat” worden gewerkt. Het ene kind geeft er blijk van al heel zelfstandig en goed te kunnen nakijken, terwijl de ander onzorgvuldig is of liever de antwoorden overschrijft. Dit laatste kind kan minder vrijheid aan en moet meer worden ondersteund en gecontroleerd.
Ook andere correctievormen kunnen worden gebruikt, zoals nakijken in tweetallen, samen met je maatje nakijken, leerkracht en kind kijken ieder de helft na, klassikale correctie e.d.

Huiswerk

Omdat we van mening zijn dat onze leerlingen op school tijdens de lessen een grote hoeveelheid werk verrichten, willen we ze na schooltijd de gelegenheid geven zich te ontspannen.
Vandaar dat we de kinderen nauwelijks huiswerk meegeven. Navraag bij de scholen voor voortgezet onderwijs leert ons dat men onze leerlingen bijzonder zelfstandig vindt en dat ook zij het niet noodzakelijk vinden dat we huiswerk geven. Het huiswerk dat de kinderen meekrijgen bestaat uit het oefenen van spellingwoordjes vanaf groep 3, het oefenen van topografie vanaf groep 5 en het leren van de toetsen van wereldoriëntatie in de bovenbouw.

2.2    Beleid

Protocol aanname leerling

Indicatiestelling

Het zijn altijd de ouders die hun kind aanmelden bij de Commissie van Indicatiestelling (CvI).
De school stuurt een onderwijskundig rapport naar het CvI.
Binnen elke REC (Regionaal ExpertiseCentrum) is een CvI, die tot taak heeft om te beslissen of aangemelde kinderen voldoen aan de landelijk vastgestelde criteria.
Het kind komt in aanmerking voor het speciaal onderwijs of de leerlinggebonden financiering, “het rugzakje”.
Vanuit het speciaal onderwijs worden de leerkracht en het kind begeleid via de Ambulante Begeleider, afkomstig uit een bepaalde discipline zoals ook staat aangegeven in het “rugzakje”.

Met de komst van de “rugzak”, de Regeling leerlinggebonden financiering, kunnen ouders met een gehandicapt kind, dat voorheen aangewezen was op een speciale school, besluiten hun kind op te geven op een reguliere basisschool.
Er kan bij de REC’s, de regionale expertisecentra, van waaruit kinderen geïndiceerd worden voor leerlinggebonden financiering, speciale hulp worden ingekocht door de school en de ouders om de begeleiding in het gewone basisonderwijs zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

Soorten REC’s

REC 1     Visueel gehandicapte leerlingen
REC 2    Auditief gehandicapte leerlingen, leerlingen met een spraak- taalprobleem en leerlingen met een stoornis in het     autistische spectrum
REC 3    Leerlingen met een lichamelijke beperking
REC 4    Leerlingen met gedragsproblematiek en leerlingen met een stoornis in het autistische spectrum

Procedure bij aanmelding
Wanneer ouders hun gehandicapte kind willen aanmelden;
•    vindt een oriënterend gesprek plaats tussen de ouders en de directie
•    wordt de visie van de school toegelicht
•    vindt toelichting van de procedure plaats
•    wordt de ouders toestemming gevraagd om informatie bij derden op te vragen
•    wordt informatie opgevraagd bij huidige school, OBD,  MKD, zorg en / of medisch circuit
•    worden de binnengekomen gegevens bestudeerd en besproken door directie, Interne Begeleider
en eventueel  PCL / Intern Begeleider
•    De school onderzoekt  welke mogelijkheden de school zelf heeft en welke ondersteuningsmogelijkheden geboden kunnen worden en door  wie:  gebouwelijk (gemeente), OLP (speciaal onderwijs), aanvullende formatie (ministerie), vervoer (gemeente), ondersteuning qua expertise (speciaal onderwijs, zorginstellingen) besluitvorming vindt plaats, de inventarisatie van de hulpvragen wordt afgezet tegen de visie en de mogelijkheden van de school.
•    Gesprek met de ouders, waarbij het besluit  wordt besproken.

Bij besluit tot toelating wordt een plan van aanpak gemaakt met een overzicht van middelen, ondersteuning door SBO of derden, inzet aanvullende formatie, OLP, gebouwelijke aanpassingen.
Bij besluit tot afwijzing komt er een schriftelijke, inhoudelijke onderbouwing en argumentatie waarom wij van mening zijn dat een kind  niet geplaatst kan worden. Het document gaat naar de inspectie.

Stappenplan

Binnen een maand na inschrijving van de leerling wordt een handelingsplan opgesteld. Daarin wordt  beschreven welke zorg en behandeling de school kan bieden en welke onderwijsdoelstellingen worden nagestreefd. Het plan wordt door de ouders getekend.
De taakverdeling tussen de school en het REC moet goed geregeld  worden.
Er wordt aangegeven welke bijdrage geleverd kan worden door de zorginstellingen.
Zoeken naar externe mogelijkheden:
•    extra formatie
•    ambulante begeleiding
•    ondersteuning samenwerkingsverband WSNS
•    ondersteuning onderwijsbegeleidingsdienst Eduniek
•    inzet hulp ouders
•    aanpassingen gebouw ( gemeente, AWBZ)
•    levering apparatuur, aangepaste leer / hulpmiddelen vanuit REC of SBO

Toelating of afwijzing

In veel gevallen zal integratie mogelijk zijn, maar de Regeling leerlinggebonden financiering stelt ook het volgende:
Uiteindelijk zal voor elke leerling afzonderlijk moeten worden vastgesteld of het onderwijs zo ingericht kan worden dat het aansluit op de behoefte van de leerling. De school maakt dus een eigen afweging.
Uitgangspunt is dat in veel gevallen integratie van leerlingen met een handicap mogelijk zal zijn.
De wet verplicht scholen niet om een leerling met leerlinggebonden financiering toe te laten.
De Regeling leerlinggebonden financiering schrijft voor dat het bevoegd gezag van een basisschool binnen een bepaalde periode na aanmelding van het kind (reeds geïndiceerd voor leerlinggebonden financiering) over toelating beslist.

Redenen voor afwijzing van toelating

Er zijn mogelijke grenzen aan integratie:
•    Verstoring van rust en veiligheid; bij ernstige gedragsproblematiek is het niet altijd mogelijk om binnen de reguliere setting een zodanige schaal en mate van structuur te realiseren dat van een adequate leeromgeving sprake is.
In veel gevallen zullen de gedragsproblemen ook de aanleiding van de aanmelding voor indicatiestelling zijn.
•    Te intensieve mate van verzorging en / of behandeling vereist; waardoor noch de zorg en behandeling noch het onderwijs voldoende tot zijn recht kan komen.
•    Verstoring van het leerproces voor andere kinderen; wanneer de aandacht van de leerkracht voor het gehandicapte kind ten aanzien van de aandacht voor de rest van de leerlingen niet in redelijke verhouding staat.
Er zijn grenzen aan de zorg die binnen de context van een school redelijkerwijs kan worden geboden.
Bij verschil van mening over toelating kunnen de ouders of kan de school een beroep doen op de landelijke adviescommissie voor toelating.
Als ouders bezwaar maken tegen de beslissing van het Bevoegd Gezag om hun kind niet toe te laten,  is het advies van deze commissie verplicht.

Verzuimbeleid

Gelukkig is er in ons land een leerplicht, hetgeen inhoudt dat ongeoorloofd verzuim niet is toegestaan. Ieder verzoek van ouders om een of meerdere dagen vrijaf te willen voor hun kind(eren) moet schriftelijk, 6 weken van te voren, op een standaard formulier worden ingediend bij de directie. Deze beoordeelt het verzoek en reageert schriftelijk positief of negatief en licht dit besluit zonodig mondeling toe bij de ouders. Deze kan besluiten de ouders voor een gesprek uit te nodigen of straffere maatregelen te nemen zoals boete of rechtsvervolging.
Iedere leerkracht houdt een absentielijst bij. Indien een kind zonder bericht afwezig is, wordt door de leerkracht dezelfde dag, voor de ochtendpauze, contact opgenomen met de ouders.
Veelvuldig en/of ongeoorloofd verzuim wordt aan de directie doorgegeven en deze neemt dan contact op met de ouders en zonodig de leerplichtambtenaar.

Regels voor verwijdering

Wanneer een leerling de goede gang van zaken dusdanig verstoort dat hiermee de goede voortgang van het onderwijs in een groep of binnen de school  wordt verhinderd, dan heeft de directeur van de school, in overleg met het bovenschools management,  mogelijkheid om deze leerling te verwijderen. In overleg met ouders en bestuur wordt dan gezocht naar de oplossing van het probleem.
Een van de oplossingen zou kunnen zijn dat ouders en bestuur zich inspannen om binnen acht  weken een andere school te vinden. Er is een protocol voor schorsing en verwijdering.

Vervoer bij excursies

Gelukkig zijn we in de gelegenheid soms een museum of tentoonstelling te bezoeken en kunnen de leerlingen uit groep acht met verschillende vormen van voortgezet onderwijs kennis maken door een aantal scholen te vereren met hun tijdelijke aanwezigheid.
In de meeste gevallen regelen we het vervoer tijdens deze excursies met behulp van ouders.
U begrijpt dat het beleid van de school erop is gericht de kinderen zo veilig mogelijk te vervoeren. Dit houdt o.a. in dat de autogordels ook op de achterbank gebruikt worden en dat, op diezelfde achterbank, niet meer dan drie kinderen mogen zitten.

Klachtenregeling sociale veiligheid

In 1998 heeft het bevoegd gezag de nieuwe “klachtenregeling seksuele intimidatie, agressie, geweld en discriminatie voor het openbaar basis- en voortgezet onderwijs” vastgesteld. Hierin staan gedragscodes die ongewenste intimiteiten tussen personeelsleden onderling en tussen personeel en leerlingen moeten voorkomen.
Personeelsleden dienen zich vanzelfsprekend te houden aan deze gedragscodes.
De klachtenregeling, alsmede de zgn. sociale kaart met eventueel nuttige adressen, liggen op school ter inzage.
Bij de interne vertrouwenspersoon van de school (Ceciel Wassenaar) kan een klacht gemeld worden. Deze interne vertrouwenspersoon zal de klager verwijzen naar de  externe vertrouwenspersoon of, indien gewenst, helpen bij het indienen van de klacht bij de  externe vertrouwenspersoon. Deze laatste zal de klager informeren over de te volgen procedure.
Echter, wanneer ouders een klacht hebben die het  klassenbelang treft, kunnen ze in de eerste plaats ook bij de klassenleerkracht terecht en  is de klacht  klassenoverstijgend dan kunt u terecht bij de directie.
Het afgelopen jaar heeft Ceciel Wassenaar in alle  groepen een “voorstelronde” gedaan, om zich aan de kinderen als vertrouwenspersoon voor te stellen. Ook dit jaar komt Ceciel weer langs in alle groepen om op niveau aandacht te besteden aan dit onderwerp.
Het veilig gebruik van internet hoort hier ook bij. Er is een etiquette voor het gebruik van internet in de school. U kunt ook zelf de regels bekijken op www.mijnkindonline.nl
In de centrale hal van de school hangt een “Ideeënbus” waarin leerlingen ideeën en vragen kunnen stoppen. De bus wordt alleen door Ceciel geleegd!

Veiligheidsplan  De Gooise Daltonschool

Doel

Het doel van dit veiligheidsplan is een optimaal sociaal leef-speel-en werkklimaat te creëren voor de leerlingen en de medewerkers van De Gooise Daltonschool.
De veiligheidsparagraaf is  het plan van aanpak dat de school opstelt om de schoolspecifieke punten m.b.t. veiligheid aan te pakken.
In de notitie “Veiligheid & leefbaarheid” ( zie handboek Integraal Personeelsbeleid ) staat het bovenschoolse beleid alsmede de punten die gemeenschappelijk worden aangepakt. Hierdoor is deze paragraaf  beperkt.
De notitie “Veiligheid & leefbaarheid” en de veiligheidsparagraaf vormen het veiligheidsbeleid van De Gooise Daltonschool.

Inleiding

De Gooise Daltonschool vindt het  van groot belang de veiligheid  en het zich welbevinden van de leerlingen en de medewerkers zo goed mogelijk te garanderen.
Veiligheid is een basisbehoefte van mensen om goed te functioneren.
Veiligheidsbedreigende  zaken als pesten, agressie , geweld, seksuele intimidatie, discriminatie, bedreiging en sociaal wangedrag  tolereren wij niet in onze school.

Notitie “Veiligheid & leefbaarheid”

In het bovenschools veiligheidsplan worden die onderwerpen beschreven die gemeenschappelijk gelden voor het Openbaar Onderwijs te Hilversum. Daarin wordt ook meegenomen het gemeentelijk veiligheidsbeleid.
Er is een interne (schoolgebonden)  en externe vertrouwenspersoon (bovenschools) aangesteld.
Bij aanhoudend wangedrag, wanneer  het protocol van de school niet in acht wordt genomen door ouders en leerling, treedt het protocol schorsing en verwijdering in werking.

Inventarisatie documenten & procedures

De Gooise Daltonschool heeft al op het gebied van sociale veiligheid de volgende documenten;
•    De school werkt met een pestprotocol, waarin anti-pestregels zijn beschreven.
•    De Gooise Daltonschool heeft een schoolreglement, waarin de schoolregels ter informatie aan de ouders beschreven staan.
•    De school werkt met de Methode “Afgesproken / Goed voor elkaar” van Eduniek, waarmee een duidelijke doorgaande lijn is uitgezet in de omgang met elkaar, het gebruik van het gebouw en de materialen van de school en van elkaar.
•    Protocol schorsing en verwijdering (m.b.t. bedreiging van het pedagogisch klimaat).
•    Intake-lijst  met betrekking tot aanname van leerlingen van andere scholen, zgn.
probleemgevallen. Het voorkomen van binnen de school halen van deze leerlingen.
•    Het ICT-schoolplan beschrijft regels met betrekking tot het veilig internetten.
•    Er is een vertrouwenspersoon in de school i.v.m. seksuele intimidatie, agressie en geweld.
•    Er vindt zonodig training agressiepreventie plaats van leerkrachten m.b.t. agressie van ouders.
•    De school houdt zich aan het privacyreglement “Verwerking leerlinggegevens”.

Inventarisatie & analyse van de situatie op school

Actie punten en een tijdpad en prioriteitsstelling worden bepaald in samenspraak met het team en de medezeggenschapsraad, o.a. n.a.v. de resultaten van de  veiligheidsenquête.
Welke punten vinden wij voor onze school belangrijk en op welke termijn dient actie ondernomen te worden. Dit wordt opgenomen in het plan van aanpak.

Communicatie

Veiligheidsbeleid is een regelmatig terugkerend item in het team-overleg .
Ook de medezeggenschapsraad wordt betrokken bij het veiligheidsbeleid en evaluatie van de veiligheidsmaatregelen van de school.
Communicatie naar ouders vindt plaats in de schoolgids, via nieuwsbrieven met mededelingen over veiligheid.
Eventueel  het beleggen van een ouderavond over veiligheid.
Incidenten worden besproken in het team. Er wordt een incidentenregistratie ingevoerd.
Ouders worden betrokken bij wangedrag van hun kind.

Preventieve maatregelen

•    De school heeft een schoolreglement met daarin de regels voor gedrag in de school en op het schoolplein.
•    De school werkt met de methode “afgesproken”, waarin de regels staan van het gedrag in de klas, tijdens instructie en momenten van zelfstandig  werken en gedrag t.o.v. de medeleerlingen en leerkracht.
•    De school werkt met een internetprotocol.
•    Er is een procedure omtrent de bekendmaking van de vertrouwenspersoon  van de school aan de leerlingen en de positie van de vertrouwenspersoon.
•    De schoolgids vermeldt een veiligheidsparagraaf.
•    Er is een klachtenregeling.
•    Kinderen met problemen in de sociale omgang krijgen een sociale vaardigheidstraining.
•    Registratie en evaluatie incidenten.

Curatieve maatregelen

•    Er is een protocol schorsing en verwijdering.
•    De school werkt met een intake-formulier bij aanmelding van kinderen van andere scholen (geen verhuizing) waarop probleemgedrag wordt gesignaleerd. Er wordt contact met de andere school gezocht.
•    Loopt er al een traject speciaal onderwijs dan wordt de leerling niet aangenomen.
•    Inschakelen ouders, jeugdzorg en / of schoolarts bij gedragsproblemen of ernstige incidenten die de veiligheid van de leerlingen in gevaar brengen of het pedagogisch klimaat van de school c.q. klas schaden.
•    Time-out geven van 1 of enkele dagen bij ernstig wangedrag.
•    Jaarlijkse risico-inventarisatie van het schoolgebouw en omgeving. Daarna verbeteren van gevaarlijke situaties