Binnenkort

  • 23-02 :10 minutenavond
  • 27-02 :Voorjaarsvakantie
  • 13-03 :or/mr vergadering
  • 16-03 :podiumpresentatie
  • 20-03 :Studiedag personeel Stichting

Archief

  • 2012 (3)
  • 2011 (33)
  • 2010 (26)
  • 2009 (23)
  • 2008 (3)

Hoofdstuk 4. De zorg voor de leerlingen

4.1. Leerlinggebonden financiering

De rugzak, officieel heet het: leerlinggebonden financiering, is bedoeld om ouders meer keuzevrijheid te geven tussen regulier en speciaal onderwijs voor hun kind. De extra middelen die voor een kind met een handicap nodig zijn om onderwijs te volgen, gaan als het ware in een rugzakje mee als het kind naar een reguliere school gaat. Overigens krijgen ouders die middelen niet zelf in handen. Die zijn bestemd voor de school. Een deel is bestemd voor de begeleiding door een speciale school. Een ander deel is bedoeld voor de extra hulp (remedial teaching) die binnen de basisschool gegeven wordt. En tenslotte krijgt de basisschool ook extra geld voor het aanschaffen van speciale leermiddelen voor de rugzakleerling.

Voor een kind een leerlinggebonden budget krijgt, moet er eerst worden gekeken of het kind daarvoor in aan- merking komt. Dit heet indicatiestelling. De Commissie voor Indicatiestelling (CvI) beoordeelt aan de hand van onafhankelijke landelijke normen en op basis van een aangeleverd dossier, of het kind voor een indicatie in aanmerking komt. Met de indicatie kan de school de rugzak voor het kind aanvragen.

Vanuit het speciaal onderwijs worden de leerkracht en het kind begeleid via de Ambulante Begeleider, afkom- stig uit de gespecialiseerde discipline waar behoefte aan is.
De regionale expertisecentra (REC’s) dragen zorg voor de indicatie voor leerlinggebonden financiering. Via de- ze centra kan speciale hulp worden ingekocht door de school en de ouders om de begeleiding in het gewone basisonderwijs zo optimaal mogelijk te laten verlopen.

Soorten REC’s:
REC 1 Visueel gehandicapte leerlingen
REC 2 Auditief gehandicapte leerlingen, leerlingen met een spraak- taalprobleem en leerlingen met een stoornis in het autistische spectrum
REC 3 Leerlingen met een lichamelijke beperking
REC 4 Leerlingen met gedragsproblematiek en leerlingen met een stoornis in het autistische spectrum

4.2  Aanmeldingsprocedure rugzakleerlingen en leerlingen met een handicap

Wanneer ouders hun leerling met rugzak of gehandicapte kind willen aanmelden: Vindt een oriënterend gesprek plaats tussen de ouders en de directie.
Wordt de visie van de school toegelicht.
Vindt toelichting van de procedure plaats.

Wordt de ouders toestemming gevraagd om informatie bij derden op te vragen.
Wordt informatie opgevraagd bij huidige school, de Onderwijsbegeleidingsdienst (OBD), Medisch Kinderdag- verblijf (MKD), zorg en/of medisch circuit.
Worden de binnengekomen gegevens bestudeerd en besproken door directie, Interne Begeleider
en eventueel de permanente commissie leerlingenzorg (PCL) / Intern Begeleider.
De school onderzoekt welke mogelijkheden de school zelf heeft en welke ondersteuningsmogelijkheden ge- boden kunnen worden en door wie: gebouwelijk (gemeente), Onderwijsleerpakket (OLP), aanvullende forma- tie (ministerie), vervoer (gemeente), ondersteuning qua expertise (speciaal onderwijs, zorginstellingen) besluit- vorming vindt plaats, de inventarisatie van de hulpvragen wordt afgezet tegen de visie en de mogelijkheden van de school.
Gesprek met de ouders, waarbij het besluit wordt besproken.

Bij besluit tot toelating wordt een plan van aanpak gemaakt met een overzicht van middelen, ondersteuning door Speciaal Basisonderwijs (SBO) of derden, inzet aanvullende formatie, Onderwijsleerpakket, gebouwelijke aanpassingen.
Bij besluit tot afwijzing komt er een schriftelijke, inhoudelijke onderbouwing en argumentatie. Het document gaat naar de Onderwijsinspectie.

4.2.1 Protocol aanmeldingsprocedure

4.2.2 Stappenplan

Binnen een maand na inschrijving van de leerling wordt een handelingsplan opgesteld. Daarin wordt beschre- ven welke zorg en behandeling de school kan bieden en welke onderwijsdoelstellingen worden nagestreefd. Het plan wordt door de ouders getekend.

De taakverdeling tussen de school en het Regionaal Expertisecentrum (REC) moet goed geregeld worden. Er wordt aangegeven welke bijdrage geleverd kan worden door de zorginstellingen. Zoeken naar externe moge- lijkheden:

extra formatie
ambulante begeleiding
ondersteuning samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS) ondersteuning onderwijsbegeleidingsdienst Eduniek
inzet hulp ouders
aanpassingen gebouw (gemeente, AWBZ)
levering apparatuur, aangepaste leer-/hulpmiddelen

4.2.3 Toelating of afwijzing

In veel gevallen zal integratie mogelijk zijn, maar de Regeling leerlinggebonden financiering stelt ook het vol- gende:

‘Uiteindelijk zal voor elke leerling afzonderlijk moeten worden vastgesteld of het onderwijs zo ingericht kan worden dat het aansluit op de behoefte van de leerling. De school maakt dus een eigen afweging. Uitgangs- punt is dat in veel gevallen integratie van leerlingen met een beperking mogelijk zal zijn. De wet verplicht scho- len niet om een leerling met leerlinggebonden financiering toe te laten. De Regeling leerlinggebonden financie- ring schrijft voor dat het bevoegd gezag van een basisschool binnen een bepaalde periode na aanmelding van het kind (reeds geïndiceerd voor leerlinggebonden financiering) over toelating beslist.’

4.2.4 Redenen voor afwijzing van toelating

Er zijn mogelijke grenzen aan integratie:
Verstoring van rust en veiligheid. Bij ernstige gedragsproblematiek is het niet altijd mogelijk om binnen de regu- liere setting een zodanige schaal en mate van structuur te realiseren dat van een adequate leeromgeving sprake is. In veel gevallen zullen de gedragsproblemen ook de aanleiding van de aanmelding voor indicatie- stelling zijn.
Te intensieve mate van verzorging en/of behandeling vereist; waardoor noch de zorg en behandeling noch het onderwijs voldoende tot zijn recht kan komen.
Verstoring van het leerproces voor andere kinderen, wanneer de aandacht van de leerkracht voor de rugzak- leerling, ten aanzien van de aandacht voor de rest van de leerlingen niet in redelijke verhouding staat.
Er zijn grenzen aan de zorg die binnen de context van een school redelijkerwijs kan worden geboden. Bij ver- schil van mening over toelating kunnen de ouders of kan de school een beroep doen op de landelijke advies- commissie voor toelating. Als ouders bezwaar maken tegen de beslissing van het Bevoegd Gezag om hun kind niet toe te laten, is het advies van deze commissie verplicht.

4.3 Organisatie interne begeleiding en zorg

De school hanteert het systeem van Interne Begeleiding. Dit houdt in dat het team ondersteund wordt in het leerproces van de leerlingen door de directie en een daarvoor vrijgeroosterde leerkracht, de Interne Begeleider of I.B.-er. Na elke toets wordt gekeken of er hulp geboden moet worden. De Interne Begeleider is aanwezig bij de oudergesprekken waarbij de leerkracht in overleg met de ouders een plan opstelt voor een aantal maanden. Afspraken worden genoteerd. Na enige tijd vindt evaluatie plaats.

Bij problemen kan de hulp ingeroepen worden van de orthopedagogen van het ‘Go-team’ of van het ‘zorg- platform’ van het samenwerkingsverband van basisonderwijs en speciaal onderwijs dat voortkomt uit het pro- ject ‘Weer Samen Naar School’. Aan het zorgplatform zijn pedagogen, psychologen en orthopedagogen ver- bonden, die gespecialiseerd zijn in onderzoek bij leer- en/of gedragsproblemen. De school vraagt altijd toe- stemming van de ouders voor onderzoek van leerlingen door het zorgplatform of het ‘Go-team’.

Onze school beschikt over een aantal uren voor leerlingonderzoek en een aantal uren voor onderwijsinhoude- lijke ondersteuning, bijvoorbeeld voor de invoering een nieuwe methode. Bij sommige problemen in de ontwik- keling van kinderen ligt de oorzaak niet eenduidig en is er sprake van een complexe situatie.In zo’n geval is een bespreking met direct (professioneel) betrokkenen gewenst, waarbij de schoolartsen eventueel een maat- schappelijk werkster aanwezig zijn, het zogeheten Zorg Advies Team (ZAT).

4.3.1 Signalering van een probleem

Het probleem kan zowel door de groepsleraar als door de ouders gesignaleerd worden. Om stagnatie te voor- komen worden de leerlingen regelmatig getoetst en geobserveerd. We hebben ook aandacht voorproblemen die wat minder gemakkelijk te meten zijn, maar daarom niet minder belangrijk zijn. We denken hierbij aan ge- dragsproblemen, sociaal – emotionele problemen en problemen ten aanzien van motivatie, concentratie en werkhouding.

4.3.2 Regels voor verwijdering

Er is op De Gooise Daltonschool een protocol voor schorsing en verwijdering. Wanneer een leerling de goede gang van zaken dusdanig verstoort dat hiermee de goede voortgang van het onderwijs in een groep of binnen de school wordt verhinderd, dan kan de directeur, in overleg met het bovenschools management, besluiten de- ze leerling te verwijderen. In overleg met ouders en bestuur wordt dan gezocht naar de passende oplossing van de ontstane situatie. Eén van de oplossingen zou kunnen zijn dat ouders en bestuur zich inspannen om binnen acht weken een andere school te vinden.

4.3.3 Leerlingvolgsysteem

Om goede zorg te bieden aan kinderen hebben we informatie nodig. Die informatie moet up-to-date en van be- lang zijn. Met die informatie in handen kunnen we ook proberen problemen te voorkomen. Naast de methode- gebonden toetsen maken we twee maal per jaar met methode onafhankelijke toetsen en/of observaties (Cito-toetsen) de balans op. Het hele jaar door worden allerlei resultaten geregistreerd, zoals observaties, re- petities en taal – en rekentoetsen. Het is daarbij een goede aanvulling om met een onafhankelijke toets te kij- ken waar de leerlingen nu werkelijk staan. In de methode ‘De Vreedzame School’ worden de leerlingen ook in sociaal-emotioneel opzicht “gevolgd”.

4.3.4  Analyseren / diagnosticeren

Nadat de leerlingen getoetst/geobserveerd zijn, worden de resultaten van de leerlingen, geanalyseerd door de leerkracht en zonodig besproken met de intern begeleider (IB-er) en/of met de remedial teacher (RT-er). Ver- volgens wordt er in overleg met de ouders afgesproken hoe we verder gaan met het kind. Dat kan op de vol- gende manieren:We volgen de leerling nog een periode nauwlettend in de groep.
• Er wordt een handelingsplan opgesteld voor extra hulp binnen de groep door de leerkracht.
• Er wordt door de leerkracht (eventueel met behulp van een remedial teacher) een handelingsplan opgesteldvoor extra hulp buiten de groep.
• Er wordt aanvullend onderzoek gedaan door de remedial teacher en/of interne begeleider. • Er wordt een plan van aanpak opgesteld wanneer de extra zorg voor een langere periode geldt.

• Er wordt diagnostisch onderzoek gedaan door de schoolbegeleidingsdienst of andere externe instanties.

4.3.5  Remediëren / handelen

De eigen leerkracht voert het handelingsplan uit binnen de groep, waarbij de RT-er ingeschakeld kan worden. Een handelingsplan bestrijkt in de meeste gevallen een periode van ongeveer 6 weken en kan na evaluatie verlengd worden. In de groepen wordt gewerkt met het effectieve instructiemodel met rekenen, Nederlandse taal en spelling. Hierdoor ontstaat meer tijd voor hulp aan leerlingen. Als uw kind in aanmerking komt voor re- medial teaching, wordt u daarvan op de hoogte gesteld. Het kan ook voorkomen dat wij de ouders vragen mee te werken aan de uitvoering van het plan van aanpak, dit kan o.a. door thuis met het kind te oefenen.

4.3.6  Evalueren

Nadat de RT module is afgesloten bespreekt de RT-er de resultaten met de groepsleerkracht. Er wordt beke- ken of de speciale begeleiding effect heeft gehad en of voortzetting wenselijk is. Bij sommige problemen is het noodzakelijk externe hulp in te schakelen. Die zal in eerste instantie worden gezocht bij de schoolbegeleider van de schoolbegeleidingsdienst Eduniek. Verder kan men gebruikmaken van ambulante begeleiding van het speciaal onderwijs, logopediste, huisarts en/of schoolarts.Bij de hulpverlening onderscheiden we dus twee vormen, namelijk interne en externe hulp. Soms komen we tot de conclusie dat alle extra inzet op cognitief en/of sociaal emotioneel gebied onvoldoende effect heeft. In dat geval kan het zinvol zijn dat het kind nog een jaar in dezelfde groep blijft. In deze situaties nemen we contact met de ouders op, om in onderling overleg een goede keus voor de plaatsing van een kind in een bepaalde groep te kunnen maken. De uiteindelijke beslissing over doublure en/of plaatsing van het kind ligt bij de school.

4.3.7  Verwijzing speciaal basisonderwijs (SBO)

Nadat een kind extra begeleiding heeft gehad, komt er een moment waarop besloten moet worden
hoe verder te gaan. De leerlingbespreking is daarvoor de meest aangewezen plaats.
Als de vorderingen van een leerling niet bevredigend zijn, kan, in gezamenlijk overleg met een
ieder die een bijdrage geleverd heeft aan de begeleiding, besloten worden een leerling door te
verwijzen naar een speciale school voor basisonderwijs. De ouders melden de leerling aan bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL ) van het samenwerkingsverband. Deze beslist aan de hand van het door de school opgestelde onderwijskundig rapport, of een leerling toelaatbaar is voor het speciaal basisonderwijs.

4.3.8  Uitstroom naar het speciaal onderwijs

Aantal leerlingen verwezen naar scholen voor speciaal onderwijs:= 1 leerling

4.4  Weer samen naar school (WSNS)

Het beleid van het Ministerie van Onderwijs is er op gericht de, naar verhouding, te sterke groei van het speci- aal onderwijs tegen te gaan. Om de zorg voor kinderen te vergroten wordt er formatie en budget beschikbaar gesteld om in de basisschool de interne begeleiding te verzorgen. Vanuit het speciaal onderwijs is expertise beschikbaar in de vorm van begeleiding van leerkrachten en is het zogeheten Zorgplatform ingesteld. Dit plat- form kan – indien nodig – onderzoek verrichten. Onze school stelt zich in elk geval ten doel om alle leerlingen binnen de school te houden.

4.5  Zittenblijven / versnellen

Wij hanteren het protocol zittenblijven. Volgens een vast tijdpad, waarin gesprekken en toetsen gemaakt wor- den, komen we tot een besluit of een leerling al dan niet blijft zitten in een groep. Een dergelijk besluit wordt ui- teraard weloverwogen en uitsluitend in nauw overleg met de ouders en leerling besloten.
Wanneer een kind alle stof van het leerjaar beheerst en er sociaal emotioneel aan toe is, kan worden overge- gaan tot versnellen, als dit in het belang is van de leerling.

4.6  Orthotheek

In de loop van enkele jaren heeft de Daltonschool een orthotheek opgebouwd. Dit is een verzameling van onderwijsleer-materialen en –methoden die bij leerlingbegeleiding kunnen worden gebruikt. De school kan hiermee een individuele leerweg voor kinderen op de verschillende leergebieden samenstellen en daarmee onderwijs op maat bieden.

4.7  Materiaal voor hoog- en meerbegaafde kinderen

De school beschikt over materialen die een extra impuls bieden voor kinderen die hoog- of meerbegaafd zijn. In overleg met de leerling en de ouders, kan er onder andere gewerkt worden met de levelboxen. Deze boxen geven de leerling een keuze uit verschillende extra materialen en onderwerpen. De leerkracht bekijkt per leer- ling welke eisen er worden gesteld en regelmatig wordt het werken met de levelboxen met de leerling bespro- ken.

4.8  Langdurig zieken

Wanneer een leerling langdurig in het ziekenhuis wordt opgenomen is de school wettelijk verplicht om voor onderwijs te zorgen.

4.9  Logopedie

Alle kinderen uit groep 1 worden individueel door de logopedist gescreend. Zij let onder meer op uitspraak, mondgewoonten, taalgebruik en taalbegrip. Deze onderzoeken vinden op school plaats, nadat ouders schriftelijke toestemming hebben gegeven. Als er bijzonderheden zijn, bespreekt de logopedist dit zowel de met de ouders als met de leerkracht.Daarna is in overleg met de ouders een aantal activiteiten mogelijk zoals nader onderzoek, korte begeleiding, controle of behandeling. Voor behandeling wordt uw kind verwezen naar een logopediepraktijk in uw omgeving.

4.10  Schoolarts

De Gooise Daltonschool valt onder de zorg van de afdeling Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Gooi en Vechtstreek. Daar werken jeugdartsen, doktersassistenten, sociaal verpleegkundigen, logopedisten en ad- ministratieve krachten. Zij hebben gezamenlijk als taak de gezondheid van kinderen te bevorderen en afwijkin- gen of ziekten vroeg op te sporen, zodat erger kan worden voorkomen.Alle kinderen van groep 1 worden op school door een logopedist gescreend. Er wordt o.a. gelet op taalontwik- keling, spraak, mondgewoonten, stem en gehoor.Alle kinderen van groep 2 worden voor een onderzoek uitgenodigd bij de jeugdarts. Er wordt gekeken naar de groei, ontwikkeling van de spraak en de taalontwikkeling en motoriek, de gezondheid en het functioneren van het kind thuis en op school.Alle kinderen van groep 7 worden gezien door een doktersassistente. Het kind wordt gemeten en gewogen. Ook de ogen en oren worden onderzocht als er twijfels zijn over het zien en horen.
Naar aanleiding van het onderzoek wordt gekeken of het kind extra aandacht van de JGZ nodig heeft.

Natuurlijk kunt u ook zelf contact opnemen met de afdeling JGZ, wanneer u vragen of problemen heeft over de lichamelijke of sociaal-emotionele ontwikkeling van uw kind. Bijvoorbeeld over voeding, leefgewoonten, moeilijk gedrag, pesten, sport en beweging, seksualiteit, zindelijkheid etc. Op werkdagen tussen 9.00u en 14.00u kunt u bellen: 035 – 69 263 50 of mailen:

jgz@ggdgooi.nl (voor algemene vragen) JGZ-planners4-19@ggdgooi.nl (voor vragen over afspraken) logopedie@ggdgooi.nl (voor vragen over logopedie)

Meer informatie over de JGZ: www.ggdgooi.nl

4.11 Cito- eindtoets

De Cito eindtoets wordt in februari in groep 8 afgenomen. Het resultaat van deze toets zal in verreweg de meeste gevallen het al in november gegeven schooladvies bevestigen en is derhalve niet bepalend voor het schooladvies. Het schooladvies wordt door de leerkracht van groep 8, samen met de directeur en intern bege- leider, vastgesteld. Het schooladvies wordt gebaseerd op de jarenlange relatie tussen leerling en school, de rapportages uit het leerlingvolgsysteem en de observaties van de leerkracht. Dit staat niet in verhouding tot de uitslag van de Cito-toets. Dat is slechts een momentopname. De Cito-uitslag wordt gebruikt als check van het schooladvies, een soort second opinion. In verreweg de meeste gevallen komt het schooladvies overeen met de uitslag van de Cito-eindtoets. Als de score niet overeenkomt met het schooladvies, wordt toch de meeste waarde toegekend aan het schooladvies. Dit jaar was de score weer bovengemiddeld.

4.11.1  Data Cito eindtoets

De data van de Cito eindtoets voor het schooljaar 2011 – 2012 zijn vastgesteld op 7, 8 en 9 februari 2012.

4.11.2  Overgang naar het voortgezet onderwijs

In november wordt door de leerkracht van groep 8, na overleg met de directie en Intern Begeleider, een advies uitgebracht over de vorm van onderwijs die het beste bij uw kind past. Het Cito-leerlingvolgsysteem, de vele gesprekken die wij met het hele team regelmatig over de leerlingen hebben en de Cito eindtoets geven ons een volledig beeld welk soort vervolgonderwijs in aanmerking komt. Ons advies is doorslaggevend. Wij volgen uw kind immers tijdens de basisschoolperiode. Het spreekt voor zich dat wij gedurende deze periode proberen het beste uit uw kind naar boven te halen en zijn of haar talenten optimaal proberen te ontwikkelen. Het welbe- vinden staat daarbij voor ons altijd voorop.Ons doel is om de aansluiting tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs voor alle leerlingen zo natuur- lijk, soepel en effectief mogelijk te laten verlopen, Onze contacten met de scholen voor voortgezet onderwijs, zowel in Hilversum als in Bussum en Naarden, zijn bijzonder plezierig. Leerlingen van onze Daltonschool heb- ben een goede naam in het voortgezet onderwijs. Zij hebben een zelfstandige en taakgerichte leerhouding en zijn vaardig in het plannen van hun huiswerk!

4.11.3  Uitslag Cito toets 2011

De score van de Cito eindtoets 2011 is 537,1. Dit is een bovengemiddelde score.